paulienstuut

Doorbreek het taboe – Psychische aandoeningen – deel 5: Angststoornissen

Angststoornis


– paniekaanvallen – paranoïde – wantrouwen – fobie –

Ook voor dit thema heb ik mensen geïnterviewd. Op het eind heb ik hieruit twee ervaringsverhalen geschreven.

*Vooroordelen/stigma psychische aandoeningen:
Veel mensen kunnen zich moeilijk inleven in mensen met een psychische aandoening. Hierdoor ontstaan er vooroordelen.
– Mensen met psychische aandoeningen trekken alleen maar een uitkering.
– Het is vast je eigen schuld.
– Mensen met psychische aandoeningen zijn onbetrouwbaar.
– Ze stellen zich aan.
– Het gaat wel weer over.
– Mensen met psychische aandoeningen zijn onintelligent.


Wat is een angststoornis?

Als je een angststoornis hebt wordt je leven beheerst door angsten. Het functioneren wordt hierdoor moeilijker.
Je bent bang in situaties die niet direct gevaar opleveren. De angst en spanning ervaar je continu.

Soorten angststoornissen:

– Specifieke fobie: een intense angst voor een bepaald iets of bepaald ding.
(Bijv. hoogtevrees, claustrofobie, vliegangst.)

– Sociale angststoornis: hierbij ben je bang dat anderen negatief over je denken of raar vinden. Ook kun je hierbij bang zijn voor je eigen reacties, bijvoorbeeld blozen of trillen.

– Paniekstoornis: hierbij heb je regelmatig paniekaanvallen. Tijdens zo’n paniekaanval heb je het gevoel controle te verliezen, gek te worden of dood te gaan. Klachten die hierbij horen zijn koude rillingen, hartkloppingen, misselijkheid, zweten, ademnood.

– Agorafobie: straatvrees of pleinvrees. Deze angst speelt op bij situaties waarbij je niet makkelijk weg kan gaan.
(Bijv. openbaar vervoer, winkel, bioscoop, wacht rij.)

– Selectief mutisme: voornamelijk zijn het kinderen die hier last van hebben. Dit uit zich in selectief zijn met wie je wel of niet wilt praten. Deze is redelijk zeldzaam.

– Gegeneraliseerde angststoornis: hierbij ben je overmatig angstig en bezorgd voor allerlei alledaagse dingen. De hele dag door piekeren over dingen die zouden kunnen gebeuren, ook al is hier niet meteen een aanleiding voor.

Symptomen angststoornis:


– Angst voelen zonder direct reëel gevaar
– Lichamelijke klachten
– Dwangmatige handelingen
– Vermijden van situaties
– Onmogelijk of moeilijk angst te negeren
– Gespannenheid
– Vermoeidheid


Risico’s voor het ontwikkelen van een angststoornis:


Angstklachten komen in sommige families meer voor dan in de andere en dat komt omdat het in de genen zit.
Erfelijkheid en aanleg spelen dus een belangrijke rol.

Ook kan het zijn dat een ingrijpende gebeurtenis een rol speelt bij het ontstaan van een angststoornis. Vooral mensen die kwetsbaar zijn hebben hier eerder last van.

De één ontwikkelt wel een angststoornis en de ander niet. Dit komt door allerlei factoren:
– Psychische factoren.
– Omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld gezinsinvloeden.
– Ingrijpende gebeurtenissen.


Herstel:

Angststoornissen zijn goed te behandelen, maar wel is het verstandig om hier hulp bij te zoeken.

– Cognitieve gedragstherapie: Bij deze therapie worden denkpatronen in kaart gebracht die verband houden met de angsten. Vervolgens kijk je er samen naar of deze manier van denken wel helemaal klopt en probeer je dit te veranderen.

– Exposure therapie: ‘blootstelling’. Deze therapie is het meest effectief bij angsten. Hier ga je stap voor stap de confrontatie met je angsten aan. In het begin is dit heel spannend, maar op termijn neemt deze spanning en daarbij ook je angst af. Door het te doen leer je dat het aankan.

*Kruiden die helpen bij angst:
Er zijn kruiden die kunnen helpen bij het controleren van angst en het verminderen van de symptomen, zoals Tijm, Rozemarijn, Sint-Janskruid, Citroenmelisse, Valeriaan en Passiflora.


Tips voor als je zelf last hebt van een angststoornis:


– Spreek je angsten uit. Hoe onlogisch deze ook zijn. Een ander inzicht hierop kan fijn zijn.
– Zoek op tijd hulp, zodat het makkelijker te herstellen is.
– Probeer geen situaties te vermijden waardoor jij gespannen wordt. Hoe meer je vermijdt, hoe spannender de situaties worden.
– Schrijf op in een dagboek wanneer je angstig bent en bij welke situaties.


Tips voor als iemand in je omgeving last heeft van een angststoornis:


– Heb begrip voor de ander. Ook al kun je de angst totaal niet begrijpen.
– Wanneer iemand met een angststoornis bij jou iets aangeeft, niet in de aanval gaan, maar kijken hoe jullie met de situatie om kunnen gaan.
– Nooit zeggen dat iemand overdrijft of zich aanstelt. Voor diegene is de angst heel reëel.

Ervaringsverhaal 1:


‘’Vroeger toen ik klein was, was ik erg nieuwsgierig en onbevreesd. Af en toe liep ik stiekem weg om avontuur op te zoeken. Ik kende weinig angsten.

Op school lag ik goed in de groep, dus ook op sociaal vlak was alles prima.

Een aantal jaar later begon ik wat meer buiten de groep te vallen. Ik zonderde mij meer af en op den duur kwam ik, voor mijn gevoel, echt in een sociaal isolement.
Waarom dit gebeurde weet ik niet zo zeer.

Eenmaal op de middelbare school ging dit zo door. Weer had ik weinig contact met leeftijdsgenoten.
Met het schoolwerk zelf ging het wel goed. Ik ging zelfs van het niveau KBL naar VWO. Eerst ging het op dit niveau wel goed, maar na enige tijd werd dit toch te moeilijk voor me.

Omdat ik niet echt vrienden had en het op school zelf ook niet goed ging, voelde ik steeds minder motivatie en hierdoor ging ik ook steeds minder mijn best doen.

Ik kreeg te veel ruimte om te denken en ik zat veel in m’n hoofd. M’n gedachten waren vooral negatief en ook kreeg ik veel zorgen. Ruimte voor plezier was er niet meer. Ik zag alleen maar beren op de weg.

In deze tijd ontwikkelde zich ook een game-verslaving, want ik probeerde mijn nare gedachten uit te zetten door afleiding te zoeken in gamen.

Vaak ben ik blijven zitten en ook heb ik veel examens niet gehaald. Met veel omwegen ben ik uiteindelijk toch geslaagd voor school.
Wel was ik zo verslaafd aan gamen dat ik mijzelf voor een keuze zette van alles of niets. Nu gamede ik voortdurend, dus ik besloot geheel te stoppen.

Nadat ik gestopt was met gamen, zocht ik een andere uitlaatklep. Zodoende ging ik veel sporten.
Ik wilde gespierd worden en had ook allerlei voorbeelden van mijn ultieme doel. Hier werkte ik hard aan, alleen ik merkte weinig vooruitgang.
Ik ben naar een diëtiste gegaan om hulp te krijgen bij dit proces.
Zij gaf mij een aantal tips over voeding. Tips die mij kennelijk heel erg geraakt hebben. Ik trok dit mij erg aan en ging hier extreem mee om.
Ik ging lijstjes maken met wat ik wel en niet mocht eten en ook de hoeveelheden hiervan. Op een gegeven moment werd dit obsessief en als resultaat viel ik juist af, in plaats van dat ik gespierd werd.

Verder werd ik ook steeds meer paranoïde en ik ging mensen wantrouwen.
‘’Zouden mijn ouders stiekem vet in m’n eten doen?’’

‘’Zouden mijn vrienden mij stiekem willen vergiftigen?’’
Deze paranoïde gedachten werden steeds erger en betrof steeds meer dingen:

Vroeger werkte ik veel in de tuin, maar dat durfde ik nu niet meer. Ik was bang dat ik vergiftigd zou worden door de planten aan te raken.

Wanneer ik mijn hart voelde kloppen of een steek in mijn buik voelde, dacht ik meteen het ergste. Hierdoor heb ik veel bezoekjes aan de huisarts gebracht.

Ook qua eten werd mijn wereld steeds beperkter. Veel dingen durfde ik niet meer te eten, omdat ik bang was voor mogelijke gevolgen.
Ik at geen kwark meer, omdat ik dacht dat ik dan te veel eiwitten binnen kreeg.
Ik at geen appels meer, omdat ik bang was dat ik er buikpijn van kreeg.
Alles wat groen was durfde ik niet meer te eten, omdat ik bang was dat ik er kanker door zou krijgen.

Ik had een baardtrimmer die ik moest opladen in het stopcontact. Wanneer deze opgeladen was gaf het een piep. Ik was bang dat die piep mij geestelijk zou beïnvloeden. Een soort mindgame.

Altijd zocht ik bevestigingen waarom mijn angsten zouden kloppen.

Mensen om mij heen dachten dat ik ziek was, omdat ik heel veel was afgevallen. Ik woonde bij mijn ouders en zij hebben mij altijd gesteund, ondanks dat ik zo onhandelbaar was en hen ook wantrouwde.

Op den duur merkte ik dat het niet meer kon. Mijn leven werd te veel beïnvloed en ik kon niet goed meer functioneren.
Ik ging op zoek naar hulp.

Hier kreeg ik eerst een diagnostisch onderzoek. Omdat ik zoveel paranoïde gedachten had dachten ze dat ik misschien psychotisch zou zijn. Na onderzoeken bleek dit niet zo te zijn, maar bleek het OCD en angst te zijn.

Toen dit eenmaal bekend was ben ik in dagbehandeling gegaan voor angst & dwang. Dit was een dagelijkse therapie, 5 dagen in de week. Voornamelijk groepstherapie, maar ook individueel.
Ook werd mij medicatie aangeraden, maar dit wilde ik niet.

Omdat ik weigerde, was ik bang dat de artsen stiekem toch medicatie in mijn eten zouden doen. Ook hen wantrouwde ik.
Naast de behandeling voor mijn psyche, stond ook mijn gewicht onder controle. Wanneer ik nog meer zou afvallen konden ze mij niet verder helpen. Ondergewicht werkt immers ook tegen in je emotionele herstel.

Hetgeen wat mij het meest heeft geholpen qua therapie is de exposure therapie. Hierbij moest ik situaties en angsten uitdagen, zodat ze op den duur minder eng zouden zijn. Deze therapie heeft mij weer helpen functioneren.

In mijn behandeling had ik veel ups en downs. De downs hielden mij erg tegen om vooruit te komen.
Af en toe trok ik het niet meer en wilde ik niet verder. Uiteindelijk heb ik hierdoor toch maar toegegeven aan medicatie in de vorm van een antidepressiva. Dit heeft mij goed geholpen, tot het wel beter ging maar de achterdocht er nog wel was.
Hiervoor kreeg ik er ook nog antipsychotica bij.

Met deze medicatie kon ik weer verder met de therapie. Opnieuw dingen uitdagen en veel oefenen.

Na enkele tijd wilde ik het zonder de medicatie proberen. Eerst ben ik gestopt met de antipsychotica en toen dit goed ging ben ik begonnen met het afbouwen van de antidepressiva.

Inmiddels ben ik bijna helemaal gestopt met medicatie. Ook ben ik gestopt met de dagbehandeling, waar ik 2 jaar ben geweest, maar wel ga ik af en toe naar een psychiater.

Ik heb geaccepteerd dat ik ups en downs heb en dat ik niet goed tegen prikkels kan. Ik kan heel hard gaan werken, maar de kans is heel groot dat ik daarna ook heel hard instort. Hierom moet ik goed mijn eigen grenzen aangeven, ook al vindt iemand anders deze dingen misschien onzin.

Ik woon op mezelf en dit gaat heel goed. Alleen het eten blijft een dingetje, want ik eet extreem gezond. Zelf heb ik hier niet veel last van, alleen met anderen erbij kan het wel lastig zijn.

Vooral heb ik geleerd minder streng te zijn voor mezelf en minder na te denken.’’

Ervaringsverhaal 2:

‘’Mijn angststoornis is eigenlijk ontstaan door een combinatie van factoren, wat uiteindelijk voornamelijk uitmondde in een sociale angst.

Vroeger heb ik een aantal traumatische ervaringen gehad die mij angsten brachten.

Daarnaast ben ik een deel van een eeneiige tweeling en tot mijn 18e sliep ik altijd samen met mijn zus. Toen ik vanaf mijn 18e op mijzelf ging en dus ook alleen ging slapen, ontwikkelden zich ’s nachts allerlei angsten. Ik was bang voor inbrekers, bang voor monsters.
Hierdoor durfde ik nooit het licht uit te doen en sliep ik dus altijd met alle lampen aan, wat natuurlijk ook niet heel bevorderlijk was voor mijn nachtrust.

Ondertussen had ik wel zo af en toe therapie voor andere problematiek, maar deze problemen kaartte ik in die tijd eigenlijk nooit aan.

Na een tijdje ging ik samenwonen met mijn vriend, die achteraf een narcistische persoonlijkheidsstoornis bleek te hebben. Door deze relatie met hem en door zijn gedrag kreeg ik er nog meer angsten bij.

Mijn relatie met hem ging uit, maar toen was het kwaad al geschied.
Ik had altijd al een laag zelfbeeld en dat werd door hem enorm versterkt. Hierdoor werd mijn sociale angst uitvergroot, want ik was heel erg bang dat mensen nare dingen over mij dachten.

Het liefst wilde ik onzichtbaar zijn, maar dit kan natuurlijk niet. Hierdoor ging ik mijzelf verstoppen en ben ik op mijn dieptepunt twee maanden lang niet naar buiten geweest.
Mijn zus bracht in deze tijd af en toe boodschappen langs en verder was ik alleen.
Wel had ik telefonisch contact met mijn therapeut.

Op een gegeven moment ging ik van individuele therapie over naar groepstherapie, waarvoor ik dus wel de deur uit moest. Dit was dus meteen voor mij een hele grote uitdaging en in kleine stapjes ging ik dit steeds verder uitbreiden door bijvoorbeeld naar de supermarkt te gaan.

Dit was een hele heftige periode, want al deze exposure doet heel veel met je, zowel fysiek als mentaal is het een strijd.
De groepstherapie was dus ook exposure therapie en ook kreeg ik therapie voor mijn zelfbeeld.

Ik was hier veel bezig met de achterliggende problemen, waardoor deze angststoornis ontstaan is.
Toen ik meer zekerheid over mijzelf kreeg namen mijn angsten af en durfde ik veel meer.
Inmiddels doe ik heel leuk vrijwilligerswerk en sport ik. Deze dingen helpen mijn enorm.

Voorbeeldjes van angsten die ik had:

De kleur paars linkte ik aan een trauma, wat erin resulteerde dat ik iets wat een paarse kleur had niet mocht aanraken en ook niet op paarse stoelen mocht zitten. Als ik ergens in een ruimte was waar bijvoorbeeld een paarse muur was, wilde ik in een andere ruimte zitten. Ik voelde een intense haat tegen deze kleur en vermeed het hierom op allerlei manieren.
Dit heb ik d.m.v. PMT therapie uitgedaagd en tegenwoordig kan ik ermee omgaan.

Ik moest altijd perfect opgemaakt en met fatsoenlijke kleding de deur uit. Ik moest er opperbest uitzien.
Mijn haar moest los want anders was mijn gezicht te herkenbaar.
Hierom ging ik ’s ochtends veel vroeger opstaan, omdat er zoveel tijd in zat.
Ik was hier obsessief mee bezig.

Angsten bepalen nu mijn leven niet meer. Alleen op slechte dagen, waarin ik niet zo goed in mijn vel zit, merk ik dat de angsten weer meer op gaan spelen.
Maar in principe kan ik weer functioneren in het dagelijks leven en heb ik veel hoop op de toekomst.’’